|

Zo’n regeldruppel die duidelijk vermoeid langs mijn raam glijdt. Hij schrijft: het is herfst. Het is over. De zomer - die begon zowat in Mei - is voorbij. Het is herfst, tijd van storm en regen. Maar vooral van verdriet en eenzaamheid.
Het lijden is begonnen. Heel symbolisch lag ik deze week languit op de natte grond op de Dam. Ik had haast om de tram te halen en gleed uit over één van die verdomde kasseien. Floeps. Daar lag ik. Op de koude, natte grond.
Ik ben blijven zitten. Niet lang. Maar toch zo’n minuut. Ik wilde even rust om mijn val te verwerken. Om mijn broek te inspecteren. Om het zand van mijn jas eraf te slaan. Maar vooral ook om even te genieten van het lijden.
Mooi lijden is niet lelijk. We doen het veel te weinig. Zeker Amsterdam lijdt te weinig. We feesten maar door. Gaypride. Kermis. Parade. Het gaat maar door, alsof er nooit een punt van rust is, een punt van verzinken in je eigen verdriet.
Een toerist met een baard keek mij aan. Hij stond in een starthouding om mij te helpen. Ik gaf hem echter het gebaar dat het wel goed was. Ook een meisje met een hoofddoek keek me bezorgd aan. Maar ook haar stelde ik gerust. Kijk, daar zit nou de tragiek. Echt rustig lijden kun je niet in Amsterdam.
Gepost op: 09:14 - 17-08-2010 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (4) |
|
|