Ik was ’t mannetje. Ik had een goede baan, goede perspectieven, een wurgende hypotheek, een mooie vrouw en nog mooiere kinderen. Eigenlijk was ik een reclame voor het leven. Fluitend onder de douche. De moderne man. En toch. Ineens denk je: ik ben veertig. En dan slik je even.
Dat getal ramt al een tijdje door mijn hoofd. 40! Ik heb niet zoveel met leeftijden. Maar nu wel. Ineens. Zomaar. Misschien omdat ik het ging omdraaien: 0-4. Ik sta 0-4 achter. En toch is de eerste helft net gespeeld. Ik zit nu in de kleedkamer om de tweede helft tegemoet te zien. Laatste slokje thee. Even met de noppen op de tegeltjesvloer rammen en dan weer opstaan. Hup. Het veld weer in.
Maar nu wordt het allemaal anders. Nu ben ik aan de bal. Ik ga voor mezelf beginnen. Dat klinkt als een vogeltje zonder vleugels dat op de rand van het nest staat. Maar zo is het niet. Ik voel me levend. Sterker nog: ik voel me herboren. Eindelijk ga ik echt doen wat ik al zo lang had moeten doen: schrijven.
Het voelt nog onwennig. Vrij zijn. Ik voel me soms een Icarus, wiens vleugels met was aan zijn lichaam geplakt waren. In zijn roekeloosheid vliegt hij te dicht bij de zon, waardoor zijn was smelt en hij neerstort in zee. Mocht dat zo zijn, dan val ik met een glimlach.
Gepost op: 13:47 - 24-08-2010 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (2) |
|
|