|
De laatste tijd kom ik geregeld in de OBA, de grote bibliotheek van Amsterdam vlakbij het station. Boeken. Boeken. Boeken. Alleen de geur al. Heerlijk. Al die kennis. En al die mensen die dat tot zich nemen. Laatst liep ik achter twee moslima’s die op zoek waren naar Jan Wolkers. De één praatte luidkeels: ‘Ik heb Wolkers vorig jaar ontdekt. Geweldig.’ Haar armen maakten groteske gebaren. De ander zweeg en keek naar de treden van de roltrap.
Ik word daar blij van. Even verderop stond een man met een baard Goethe op te eten. Hij stond wijdbeens. Zijn stoffen tassen tussen zijn benen. Hij glimlachte en ik dacht een lichte hmmm te horen. Zo'n leraar Duits.
Rond een computer stonden vier Oost-Europeanen. Hun taal was hard. Hun ogen koud. Ze zochten iets wat ze niet konden vinden en dat verweten ze elkaar.
Toen ik later op de zevende etage zat te eten, zat ik niet ver van de twee moslima’s af. Drie boeken van Wolkers lagen op tafel. Aan beide kanten een cola. ‘Doe d’r wel ff een kaffie omheen’, adviseerde de prater. De zwijger glimlachte verlegen en legde een krantje overheen over het stapeltje boeken.
Heerlijk. Er zit nu dus ergens in Amsterdam een Marokkaans meisje Jan Wolkers te lezen. Met een kafje van de Koran eromheen. Als Mohamed dan thuis komt, kan hij tevreden glimlachen. Zijn vrouw leest de Koran. Denkt hij. Terwijl zij nog duidelijk rode oortjes heeft omdat Wolkers net zijn pik met olijfolie heeft ingesmeerd.
Ooit vertelde Ahmed Marcouch me dat hij het geen slecht idee vond als bibliotheken gescheiden ingangen zouden hebben. ‘Dan zouden vrouwen meer gaan lezen. En als ze lezen bevrijden ze zich.’ Het doel deel ik. Het middel niet.
Deze column verscheen deze week in De Echo
Gepost op: 10:07 - 08-12-2010 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (3) |
|
|