|
Lodewijk en Femke, hand in hand |

Ik zag vannacht Eberhard van der Laan verschijnen aan mijn geestesoog. Hij droeg een donker pak. Zwarte stropdas. Hij at. Hij prakte de aardappels. Met zijn linkerhand pakte hij een sperzieboon en at deze met smaak op. Toen hij klaar was, veegde hij zijn mond met een servet af en keek mij indringend aan. ‘Die Lodewijk Asscher moet zijn laarzen in de klei zetten.’ Toen stond hij op. ‘Als-ie lef heeft, trouwt hij met dat meisje van Halsema.’
Toen werd ik wakker.
Onder de douche zat ik over die droom na te denken. Het heeft iets te maken met mijn onvrede over de PvdA, die zwalkende politiek bedrijft. Wat ik eigenlijk droomde, was dat Eberhard van der Laan een troonsopvolging voorbereidt. Lodewijk Asscher gaat binnen nu en een jaar Job Cohen opvolgen bij de PvdA. Let maar op. Hij wil niet. Hij zal tegenstribbelen. Hij zal iets roepen als zijn werk afmaken in de stad. Maar hij heeft geen keus. Als Eberhard het wil, staat hij volgend jaar hand in hand (kameraden) naast Femke en Willem de vierde op het bordes te zwaaien.
God ziet dat het goed is.
Ik zong een liedje en zag hoe het schuim van mijn lichaam spoelde en naar het doucheputje dreef. Ineens zag ik een ander Nederland voor me. Een land van vrijheid, gelijkheid en broederschap. Femke en Lodewijk zullen op de Dam hun regeringsverklaring voorlezen. Eberhard staat er – als trotse vader- goedmoedig bij. Met z’n drieën staan ze vervolgens op het balkon. Ze zwaaien naar de Amsterdammers. Hier – in de hoofdstad – is het begonnen. Hun stad wordt hun land. Ons land.
Achteraan. Ergens in de grauwe menigte staat Mark. Hun oude vriend. Hij heeft een donker pak aan. En een hoed op. Maar als hij de knoop van zijn jas lospelt, verschijnt er een glimp van een lichtblauwe stropdas. Hij glimlacht. Verbeten. Daar had hij naast kunnen staan. Maar ja, God besliste anders, beseft hij.
Deze column verscheen deze week in weekblad De Echo
Gepost op: 10:39 - 25-05-2011 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (13) |
|
|