
Vorige week ging er een Ajax-delegatie naar Barcelona om met God te praten. God is tegenwoordig commissaris bij Ajax. Je zou verwachten dat God dan naar de ArenA komt, maar nee. Wil je God spreken, dan ga je naar ZIJN huis. Simpel.
God bepaalde dat hij niet ging luisteren naar zijn medecommissarissen. Normale stervelingen zouden te horen krijgen dat zij hun biezen konden pakken. God niet. God zuchtte wat. God liet zijn woordvoerder wat krabbels op papier zetten en noemde dat de tien geboden voor Ajax: Gij zult aanvallend foebulu.
God komt zelf zelden kijken. Hij zit met Danny thuis op de bank, hondje op schoot, te kijken. Misschien. Misschien ook niet. Misschien laat hij zijn woordvoerder – die ook zijn column in De Telegraaf- schrijft, naar de wedstrijd kijken. Die meldt dan dat het altijd lastige VVV de Godenzonen op 2-2 hield. Daarop zucht God, wat de woordvoerder interpreteert als: iemand moet ontslagen worden.
Zo werken Goden. Je ziet ze zelden. Je kunt bidden tot je een ons weegt. Je kunt naar hun huis gaan. Maar God gaat toch zijn eigen weg. Zo bemoeit HIJ zich al jaren met Ajax. En niemand durft te zeggen: Of je neemt écht het roer over of je blijft in je kerk in Barcelona zitten mokken. Maar niet roepen en wegrennen. Zo zijn we niet getrouwd, Johan.
Deze column verscheen eerder in De Echo
Gepost op: 18:59 - 23-08-2011 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (1) |
|
|