Home arrow Home arrow Rode broek, blauwe broek (toespraak)
Rode broek, blauwe broek (toespraak)
 

jan_paternotte.png
Maandag 12 december mocht ik bij politiek café Libertijn een column voordragen, als intermezzo bij het fractievoorzittersdebat.



Lieve Frank, Laurens, Jan, Robert,


Vanavond wil ik jullie bedanken.
Bedanken voor de stad. Bedanken voor het leven.


Je hebt van die dagen dat je verdrietig bent. Dat het regent. Dat je favoriete rode broek in de was zit. Herken je dat, Robert.
Dan loop je door verlaten straten.
Een hoer kijkt mistroostig naar God.
De gracht is zwart. Een fiets hangt onderste boven aan de railing van de brug.
Je vrouw heeft je verlaten. De tranen rollen.
Het leven is kudt.


Maar dan denk je aan het bestuur van de stad. Dan kom je bij de Staalstraat. En loop je langzaam naar het Colosseum van Amsterdam. Het epicentrum van wijze mannen.
Op de brug zwaai ik naar een vrolijke raamambtenaar.
En als ik naast het beeld van Spinosa sta, voel ik tevredenheid in me stromen. Om de hele Stopera zit een aura van verstand. Van eruditie. Van weloverwogenheid. Van degelijkheid.


Jezus. Frank. Degelijkheid. Jij bent Dirk Degelijk, Frank. Zo degelijk dat je je weleens afvraagt of je ook gekke dingen doet. Soms. Frank, wil ik zeggen, spring op je brommer en ga gekke dingen doen. Gewoon omdat het kan.
Maar zo ben jij niet. Jij bent een timmerman. In die zin lijk je op Jozef. Ook een timmerman. Die timmerde alles dicht. Dat zijn vrouw onbevlekt zwanger was. Dat zijn zoon over water ging lopen. Hij timmerde alles dicht.


Denk jij dat ook wel eens, Robert? Dat je samen met Frank een timmerman bent? Lodewijk en Eric vinden het heerlijk als zij de spijkers mogen leveren. En jullie slaan ze allemaal op de kop. Heel efficiënt. De leerling-timmerlieden kijken ernaar en buigen uit diep respect.


En toch. Jullie hebben ook een voorbeeldfunctie. Jullie moeten een afspiegeling zijn van de Amsterdammer. Kijk even om je heen. Kijk naast je. NU. Dan zie je twee jongelingen staan. Jan en Laurens. Stagiaires in het grote spel. De een ziet het liefst alle straatnaambordjes vertaald in het Engels. De ander wil alleen nog maar bordjes naar de voedselbank.


Dit zijn jullie zonen. Zij kijken. Zij denken. Zij imiteren.


Als Laurens Ivens straks in een rode broek bepleit dat er condoommachines moeten komen bij het Vondelpark, Robert, dan is het te laat.


Mijn hoop ligt op Jan Paternotte.
De jeugd van tegenwoordig.
Even een stukkie poëzie derhalve


Pater familias. Als zalvende wijn,
Let’s go. Jean. Van onder wijs. Van boven.
Jean.
Als zoon van de heilige geest,
Agnost, Ageeth, ah God.
Pas op je tellen, man.
Jean. Met je geile blauwe pak.
Voor de lange termijn. Rood, met witte wijn.
Niet lallen, maar knallen.
Jean.
Zink niet weg. Ga staan. Ga lopen.
Niet door Den Bosch. Maar los.
Open de tijden, en hoor de cavia zingen.
Jean. Jij.
Leef.
Op je grafzerk,
Staat getekend, ik heb hem niet gekend, die Robbie Oudkerk.


Voor Laurens Ivens is het –vrees ik- al te laat. Denk ik. Die heeft zijn eigen gelijk. En die jas zit hem lekker. Een jas met motten. Met een geur van armoede.


Wat u niet wist, is dat Laurens keeper is. Hij staat op doel. Lang geleden had ik het daar met hem over. Keeper zijn. Grote handen. En een doel. Achter je. Hij vertelde me toen hoe de psychologie van de keeper werkt. De keeper wil ballen krijgen. Hij wil ze tegen houden. Hij wil duiken in de modder. Niks lekkerders dan die bal tegen je onderbuik klemmen. Klemvast. Een goede keeper is een behoudend man. Eenzaam ook. Hij is de enige met afwijkende kleding. Als er verloren wordt, kun je de ander de schuld geven.


Ziet u het.
Dat is de SP.
De SP is een keeper. Met het doel, dat niet voor hem, maar achter hem staat.


Even terug naar Robert en Frank. De macht. De ijzeren timmeraars. Rode broek. Blauwe broek.


Mag ik jullie meenemen naar het Stedelijk Museum?
Jullie genieten van de werken van Carolien Gehrels. Ik geef toe, het is een prachtig werk. Met die steen. Mooie achterzwaai en dan hatseflats, zo in de gevel van die Sandbergvleugel. Het glas spatte alle kanten op.


En nu neem ik jullie mee naar iemand die een serre aan zijn huis wilde bouwen. De enige vertraging die hij opliep, was vanwege de vergunningen van de gemeente.


Robert. Frank.
Aids. Professor.
Frank. Robert.
Veiligheid. Beleidsambtenaar.


Echt. Je hoeft geen hotel te runnen.
Je niet aan de hoeren te laven.
Of die Noordzuidlijn zelf uit graven.
Echt.
Rode broek. Blauwe broek.
Het volk wil ook wat.
Die wil bezoek
Die wil leven. Die wil geven.
Verheven. Die wil wolven in schaapskleren,
Waar je wol van kunt flossen,
Die wil verlossen.
Rode broek. Blauwe broek.
Schrijf ook eens, uw eigen boek.


Gepost op: 10:06 - 13-12-2011






Reacties op dit bericht (1)




Heel mooi! 10:46 - 13-12-2011 | Rapporteer reactie
Heel mooi!


Daniel van der Ree




Reageren



mXcomment 1.0.6 © 2007-2012 - visualclinic.fr
License Creative Commons - Some rights reserved


Weblogs

Laatste tweets

Links

Zoeken

RSS