|
Wesley, de geile papierprikker |

Dikke klonten regenwater tegen mijn tramraam. Amsterdam was stil, de eerste dag van het jaar. Veegwagens veegden. Zwaailichten zwaaiden. Twee toeristen stonden voor een dicht café, de natte kaart in de handen. Ik was eigenlijk net van plan langzaam in te dutten, toen er een idioot dikke mevrouw in het bankje naast me ging zitten. Ze belde. ‘Ik heb gezopen als een koe, weet je…’ Zonder op te hangen, kleedde ze zich uit. Eerst haar zware leren lange jas, toen haar nat geworden sjaal en toen haar colbert. Daarna zuchtte ze. Misschien was het verbeelding, maar ik had het gevoel dat haar hele lichaam zuchtte.
Toen we langs het museumplein ratelden, begon ze ineens hard op de ramen te slaan. Door de telefoon schreeuwde ze dat ze Wesley zag. ‘Hij moet papierprikken. Omdat-ie gisteren die bom had laten ontploffen, weet je wel.’
Wesley keek even, maar aan zijn natte gezicht veranderde niks. Droevig. Hij droeg een oranje jas, een papierprikker en een vuilniszak. Zijn haar hing voor zijn ogen. Terwijl de dikke vrouw zwaaide alsof ze de boot naar Amerika uitzwaaide, knikte Wesley alleen maar. Zelfs op haar handkussen reageerde hij niet.
De tram klingelde verder. De dikke vrouw ging een bekentenis doen, door de telefoon. ‘Wesley is echt de geilste bonenstaak die er is.’ Ineens werd ik warm. Wat een liefde, op één januari.
Deze column verscheen eerder in weekblad De Echo
Gepost op: 12:29 - 04-01-2012 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (2) |
|
|