|
Liefdeloosheid is ook mooi (brief) |

Lieve Willem,
Dank voor je brief .
Misschien is het geloof ook geen goed onderwerp voor een briefwisseling. Ik voelde dat je je door je laatste woorden heen moest trekken. Het moet wel leuk blijven.
Vandaar de liefde. Niet dat ik daar verstand van heb. Maar in die zin heb ik nergens verstand van. Jazz. Poëzie Daar heb ik ook geen verstand van. Maar ik hou er wel van. Zo is het ook met de liefde. Ik ben gek op de liefde. Misschien dat het daarom door mijn vingers sijpelt als ik het heb.
Ik ben een jager. Zoals wij zijn. Wij mannen. Maar vaak schiet ik niet
eens. Het zal met die midlife crisis te maken hebben. De één koopt een
Harley Davidson, de ander jaagt zonder te schieten.
Wat ik zoek? Ik zoek iets dat jij hebt. Met Jeanette. Mevrouw
Minderhout. Die dan zachtjes je schouders masseert, terwijl je de
ijsklontjes in je whisky rond klingelt en je vertelt over ‘de jeugd van
tegenwoordig’, die niet eens meer de moeite nemen iets te schrijven dat
van waarde is.
Ze begrijpt je. Zonder dat ze dat tegen je hoeft te zeggen. En jij van
haar. Zelfs als je haar zou betrappen met een collega, zou je haar
vergeven. Jullie zijn verstrengeld. Jullie liefde zit zo diep dat het
niet meer los te koppelen is.
Mijn huwelijk lag na zeven jaar op straat. En ik ook.
Dat is inmiddels tien maanden geleden. Ik voel me beter. Nou ja. Beter.
Niet nu. Maar dat heb ik altijd de eerste dagen van januari. Die drukken
op me.
Edoch.
Het gaat goed. Echt. Ik heb steeds meer handvaten om me aan op te trekken. Eigenlijk sta ik alweer. Nu nog lopen.
Jij vraagt je natuurlijk af wat je dan voelt als je eenzaam en alleen op
de leren bank ligt. Niks, Willem. Dan voel je niks. Eenzaamheid voel je
ook niet. Eenzaamheid knalt naast je neer. Eenzaamheid legt een hand op
je knie en gaat dan met je praten, op een zeikerige toon.
Verdriet is ook liefde. Ik mag graag verhalen over Boudewijn Büch die
een bevriende dichter een ongelukkig huwelijk toewenste, vanwege de
schitterende poëzie die eruit voort zou vloeien.
Dat klopt. Puur verdriet. Daar kan geen geloof tegen op. Als je in het
diepst van je ellende, laveloos van de drank, denkt dat je de mooiste
poëzie schrijft. Als je wakker wordt, op die leren bank, zie je de
woorden en kots je er overheen. Dat, Willem, dat is de poëzie die goed
voelt. Ik ga je niet aanraden hetzelfde te doen, maar het werkt best
louterend.
Ik ben een keer afgewezen door een moslima. Allah vond het niet goed.
Het klinkt gek, maar die gemiste kus was feitelijk de mooiste kus die ik
ooit ontvangen heb. We draaiden al een tijdje om elkaar heen. Ik had
hem me ingebeeld. Ze zou zacht zijn. Langzaam. En ze zou haar lippen
tuiten als een zuigvis.
Iets niet hebben, kan heel prettig zijn.
Ben jij wel eens afgewezen, Willem? Ik denk het niet. Jij bent niet een
man die afgewezen wordt. Je bent ook niet een man die vreemd gaat. Je
denkt er soms aan. Op onbewaakte momenten. Maar meer niet. En als de
dunne vingers van Jeannette over je schouderbladen glijden, zucht je
tevreden. Dan denk je even aan Robbie. Aan zijn ongeluk. Zijn hijgerige
zoeken naar kortstondig, armzalig geluk. Je ziet hem staan, met zijn
groene Toyota, in de regen, een rode gloed op zijn doorweekte regenjas.
Als je aan Robbie denkt, kun je glimlachen. Dan ben je gelukkig. En dan zeg je het ook tegen Jeannette: Ik hou van je.
Liefs,
Marcel
Deze brief verscheen eerder in De Leunstoel
Gepost op: 20:18 - 15-01-2012 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (1) |
|
|