
Het CDA is zielig. Het is een partij zonder leider. Een zieltogende partij, zonder inspiratie, zonder God en zonder liefde. In Amsterdam heeft de partij nooit een donder voorgesteld. Twee of drie zetels haalden ze bij de verkiezingen de afgelopen jaren. Hoogstens. Omdat ze lief en betrouwbaar waren, mochten ze af en toe een wethouder leveren. Maar die kreeg dan een portefeuille met spek en bonen erin.
In andere steden scoorde de partij overigens ook nooit. Het CDA is vooral een provinciale partij. Maar inmiddels stemt ook de provinciaal niet meer op de christen-democraten. De crisis is dus compleet.
Marijke Shahsavari, CDA fractievoorzitter in Amsterdam, baalt van het imago van ‘een plattelands partij zonder weerga.’ Ze vindt dat de kopstukken van haar partij zich vooral meer in de stad moeten laten zien, zei ze vorige week in Het Parool.
Daar heeft ze gelijk in. Zelden komt er een prominent naar de hoofdstad. Toen Balkenende premier was, is hij misschien drie keer op bezoek geweest. Nou was dat ook de grootste provinciaal van allemaal. Een Zeeuw. Een Christen. Een mossel. Maar toch. Ook Verhagen, Eurlings of Bleker komen nooit naar de stad. Die laten zich fotograferen in de polder. Amsterdam vinden ze te eng. Mijn stelling: wie niet van de stad houdt, houdt niet van het land. Daar moeten ze in de provincie maar over nadenken.
Deze column verscheen eerder in De Echo
Gepost op: 12:49 - 20-01-2012 |
|
|
|
Reacties op dit bericht (1) |
|
|