Tag Archives: burgemeester

Ahmed stond ook in de rij

In de rij staan, Ahmed deed het nooit. Maar nu kon hij de verleiding niet weerstaan. Hij parkeerde zijn scooter met de pizzabak op het trottoir en sloot achteraan, geen idee waar het hem zou brengen. De slang van mensen gleed het Concertgebouw in, dat had hij wel gezien. Daar had hij vaak pizza’s gebracht. Mannen in pinguïnpakken die hem een dikke fooi gaven. En een knipoog. Dat was voor hem het Concertgebouw, maar verder dan de stoep van de dienstingang was hij niet geweest. Continue reading

Doodgaan

Mensen gaan dood. De een met lawaai. De ander in stilte. Lodewijk Asscher schreef op Facebook een prachtige brief over Eberhard, die afgelopen week het leven verliet. Daarin schreef hij dat Eberhard iemand ‘was die er altijd hoort te zijn.’ Hij was een soort vader voor Lodewijk, waar hij altijd naartoe kon voor raad. Een man die zijn grote hand op je schouder legt, zoals een vader dat doet als hij zijn zoon leert fietsen. Continue reading

‘Het kan wel.’

‘Let goed op.’ Voor me op de tribune zaten een vader en een zoon van Marokkaanse komaf. De vader legde een hand over de schouders van de zoon en fluisterde iets in zijn oor. Daarna balde hij zijn vuist. De zoon keek wat onzeker. De vader knikte echter zo heftig dat de boodschap duidelijk was. ‘Dit kun jij ook’, zei de vader uiteindelijk. Toen draaide hij zijn hoofd naar Ahmed Marcouch, die als een popster de trap afdaalde. Continue reading

Ahmed Marcouch – modderfokker der modderfokkers

Ahmed Marcouch wordt eindbaas in Arnhem. Ik vind dat leuk. Niet eens omdat het goed is voor Arnhem. Nee, vooral voor het plaatje. Ahmed met een ketting. Ahmed met een schaar. Met lintjes. Met een bloemetje voor een honderdjarige. En dan die lieve hondenoogjes die je vertellen dat je alles kunt worden, als je maar wilt. Dus ook de modderfokker der modderfokkers. Continue reading

Alexander Pechtold als burgemeester van Amsterdam

Alexander Pechtold zou burgemeester van Amsterdam willen worden. Dat gerucht loopt al een tijdje. Dan wordt het weer de kop in gedrukt. En dan duikt het weer op, als een konijn uit z’n holletje. Op zich logisch. Als er een functie nog enig aanzien heeft, dan is het dat van burgemeester. Dat wil Pechtold ook, eindelijk erkenning en applaus. Continue reading

Eberhard en de dood

 

Vroeger gingen mensen dood en lazen we daarna in de krant hoe goed iemand was. Nu heb je de aangekondigde dood. Mooiste voorbeeld is Thé Lau, de zanger, dichter, schrijver, die in 2015 overleed, was al een jaar aan het sterven. Voordeel daarvan is dat je complimenten krijgt vóór je wegglijdt in het oneindige blauwe. Hij genoot dus ook zo van zijn laatste jaar dat hij zich liet ontvallen dat hij dit veel eerder had moeten doen, doodgaan. Continue reading

Eberhardiaans

 

Eberhard van der Laan denkt niet dat Keulse taferelen in Amsterdam voor kunnen vallen. ‘Amsterdammers zijn te lief’, zie hij cryptisch. Later zei hij dat die uitspraak uit de context gerukt was. Hij bedoelde het anders. Hij bedoelde dat wij dat niet laten gebeuren. Dat we ons ermee gaan bemoeien. Continue reading

Femke van der Laan

Diederik_samsom_tineke

Het was het weekend van Femke van der Laan. Ze zong door de gangen van de ambtswoning. Dat stijve. Dat lijvige. Ze had die burgemeesterswoning altijd vervloekt. Moest ze hier werkelijk nog zes jaar leven, vroeg ze aan Eberhard. Ze zei het met een traan, met een ‘denk ook eens aan mij’- in haar stem. Continue reading

Vader en moeder van Amsterdam

img916672976Maandag mocht ik in het politiek café van de VVD burgemeester Van der Laan toespreken. Een eer. Hij luisterde, zoals hij vaak luistert: met één hand aan zijn kin en de andere om zijn eigen middel, alsof hij zichzelf moet vasthouden. Hij grijnsde.

Tien jaar geleden kwam ik Eberhard voor het eerst tegen. Hij stond in de Haarlemmerstraat, samen met zijn jonge femme fatale, Femke. Zij is zeker twintig jaar jonger dan hij. En het toeval wilde, dat ik op dat moment met een hoogwaardigheidsbekleedster verkeerde, die weer bijna twintig jaar ouder was dan ik. Zij begroetten elkaar, want ze kenden elkaar uit de Amsterdamse politiek.

Femke en ik gaven elkaar een hand. We wisselden blikken van verstandhouding uit. We waren ongeveer even oud en allebei de partner van. Wij wisten hoe dat is, de partner van te zijn. Hoe je er altijd aan hangt, altijd tientallen mensen de hand schudt, die je totaal niet kent. Altijd moeten lachen en zwaaien.

Misschien dat we iets te vrolijk elkaars gelijke herkenden, want Eberhard sloeg prompt een bezitterige arm om zijn Femke en drukte haar even tegen zich aan. Ook mijn toenmalige geliefde, trok mij naar zich toe. Ze gaf me zelfs een zoen op mijn wang, wat ze maar zelden deed in het openbaar.

Eberhard zag er toen afgetrokken uit. Bleek. Zijn pak was te flodderig en op zijn vale regenjas zat een koffievlek. Mijn toenmalige vriendin zag het ook. ‘Mannen en hun tweede leg’, zuchtte ze hoofdschuddend, toen het echtpaar Van der Laan bij ons weg fietste. We keken naar de krom getrokken rug van Eberhard. Achterop had hij een kinderzitje. Femke fietste voorop, fris en fruitig, de wind in haar haren.

Mijn verhouding met de hoogwaardigheidsbekleedster hield geen stand. Die van Eberhard wel. Bij de kroning liep ze naast hem – de burgervader. Ze was minstens zo mooi als Maxima. In dat gezelschap was Eberhard de vaderfiguur. En die rol ligt hem. Op de rode loper van de Nieuwe Kerk pakte hij de hand van Femke en keek haar even liefdevol aan. Mooi moment. De vader en de moeder van Amsterdam.

Deze column verscheen eerder in De Echo