Tag Archives: burgemeester

Ahmed Marcouch – modderfokker der modderfokkers

Ahmed Marcouch wordt eindbaas in Arnhem. Ik vind dat leuk. Niet eens omdat het goed is voor Arnhem. Nee, vooral voor het plaatje. Ahmed met een ketting. Ahmed met een schaar. Met lintjes. Met een bloemetje voor een honderdjarige. En dan die lieve hondenoogjes die je vertellen dat je alles kunt worden, als je maar wilt. Dus ook de modderfokker der modderfokkers. Continue reading

Alexander Pechtold als burgemeester van Amsterdam

Alexander Pechtold zou burgemeester van Amsterdam willen worden. Dat gerucht loopt al een tijdje. Dan wordt het weer de kop in gedrukt. En dan duikt het weer op, als een konijn uit z’n holletje. Op zich logisch. Als er een functie nog enig aanzien heeft, dan is het dat van burgemeester. Dat wil Pechtold ook, eindelijk erkenning en applaus. Continue reading

Eberhard en de dood

 

Vroeger gingen mensen dood en lazen we daarna in de krant hoe goed iemand was. Nu heb je de aangekondigde dood. Mooiste voorbeeld is Thé Lau, de zanger, dichter, schrijver, die in 2015 overleed, was al een jaar aan het sterven. Voordeel daarvan is dat je complimenten krijgt vóór je wegglijdt in het oneindige blauwe. Hij genoot dus ook zo van zijn laatste jaar dat hij zich liet ontvallen dat hij dit veel eerder had moeten doen, doodgaan. Continue reading

Eberhardiaans

 

Eberhard van der Laan denkt niet dat Keulse taferelen in Amsterdam voor kunnen vallen. ‘Amsterdammers zijn te lief’, zie hij cryptisch. Later zei hij dat die uitspraak uit de context gerukt was. Hij bedoelde het anders. Hij bedoelde dat wij dat niet laten gebeuren. Dat we ons ermee gaan bemoeien. Continue reading

Femke van der Laan

Diederik_samsom_tineke

Het was het weekend van Femke van der Laan. Ze zong door de gangen van de ambtswoning. Dat stijve. Dat lijvige. Ze had die burgemeesterswoning altijd vervloekt. Moest ze hier werkelijk nog zes jaar leven, vroeg ze aan Eberhard. Ze zei het met een traan, met een ‘denk ook eens aan mij’- in haar stem. Continue reading

Vader en moeder van Amsterdam

img916672976Maandag mocht ik in het politiek café van de VVD burgemeester Van der Laan toespreken. Een eer. Hij luisterde, zoals hij vaak luistert: met één hand aan zijn kin en de andere om zijn eigen middel, alsof hij zichzelf moet vasthouden. Hij grijnsde.

Tien jaar geleden kwam ik Eberhard voor het eerst tegen. Hij stond in de Haarlemmerstraat, samen met zijn jonge femme fatale, Femke. Zij is zeker twintig jaar jonger dan hij. En het toeval wilde, dat ik op dat moment met een hoogwaardigheidsbekleedster verkeerde, die weer bijna twintig jaar ouder was dan ik. Zij begroetten elkaar, want ze kenden elkaar uit de Amsterdamse politiek.

Femke en ik gaven elkaar een hand. We wisselden blikken van verstandhouding uit. We waren ongeveer even oud en allebei de partner van. Wij wisten hoe dat is, de partner van te zijn. Hoe je er altijd aan hangt, altijd tientallen mensen de hand schudt, die je totaal niet kent. Altijd moeten lachen en zwaaien.

Misschien dat we iets te vrolijk elkaars gelijke herkenden, want Eberhard sloeg prompt een bezitterige arm om zijn Femke en drukte haar even tegen zich aan. Ook mijn toenmalige geliefde, trok mij naar zich toe. Ze gaf me zelfs een zoen op mijn wang, wat ze maar zelden deed in het openbaar.

Eberhard zag er toen afgetrokken uit. Bleek. Zijn pak was te flodderig en op zijn vale regenjas zat een koffievlek. Mijn toenmalige vriendin zag het ook. ‘Mannen en hun tweede leg’, zuchtte ze hoofdschuddend, toen het echtpaar Van der Laan bij ons weg fietste. We keken naar de krom getrokken rug van Eberhard. Achterop had hij een kinderzitje. Femke fietste voorop, fris en fruitig, de wind in haar haren.

Mijn verhouding met de hoogwaardigheidsbekleedster hield geen stand. Die van Eberhard wel. Bij de kroning liep ze naast hem – de burgervader. Ze was minstens zo mooi als Maxima. In dat gezelschap was Eberhard de vaderfiguur. En die rol ligt hem. Op de rode loper van de Nieuwe Kerk pakte hij de hand van Femke en keek haar even liefdevol aan. Mooi moment. De vader en de moeder van Amsterdam.

Deze column verscheen eerder in De Echo

Het kiezelsteentje van Aleid Wolfsen

UTRECHT-ALEID WOLFSEN-PERRSCONFERENTIE 

Twee jaar geleden liep ik met Jeroen Dijsselbloem door Utrecht. We waren op weg naar een PvdA bijeenkomst in een hel verlicht zaaltje. Hij als panellid. Ik mocht een column daar voordragen.

Jeroen Dijsselbloem

We liepen langs het stadhuis, waar op één kamer nog licht brandde. Aleid Wolfsen was nog aan het werk. Aan een bureau zat een gekromde figuur. Hij schreef. Met een pen. Jeroen wees. ‘Hij werkt’, zei ik. We keken omhoog en voelden de motregen op onze brillenglazen vallen. De domtoren klokte acht uur. ‘Aleid was verreweg het beste kamerlid’, zei Jeroen na een tijdje. Ik wilde iets vragen. Ik wilde van alles vragen. Maar ik zweeg. Dit was niet het moment. We keken naar de burgemeester van Utrecht, die kromgebogen, tegen de wind, achter zijn bureau zat.

Wat ging er mis? Jeroen haalde zijn schouders op. Je hebt een moment. Een kiezelsteentje op een bergpad dat de lawine veroorzaakt. Samen probeerden we te achterhalen wat de val van Aleid Wolfsen inluidde. Niet de Roma’s die Aleid in een villa had gezet. Niet de homo’s die hij niet beschermde. Niet eens het huis-aan-huis blaadje dat hij wilde censureren.

Typische PvdA-blik

Nee. Het was een foto die gemaakt werd voor de burgemeestersverkiezing in Utrecht in 2007. Wolfsen streed met Ralph Pans om de ambtsketen. Een dodelijk saaie wedstrijd tussen twee technocraten. De Volkskrant plaatste een dodelijke foto van de twee op de voorpagina. Ze leken op elkaar. Allebei een donkerblauw pak. Allebei een typische Ik-weet-wat-goed-voor-u-is-blik.

‘Maar misschien gebeurde het wel iets eerder’, zei Jeroen ineens. Wolfsen was namelijk in 2007 voorbestemd om fractievoorzitter van de PvdA in de Tweede Kamer te worden. Wouter Bos was minister van Financiën geworden en had Aleid keer op keer op de schouders geslagen: jij bent mijn man. Maar Wouter ‘beslist altijd dat wat zijn laatste raadgever hem influistert’, zei een prominente PvdA’er laatst tegen me. En aangezien hij fijn met Jacques Tichelaar (‘Ik ben een rat’) een regeerakkoord in elkaar getimmerd had met CDA en Christen Unie werd Tichelaar ineens leider van de fractie. ‘Dat was misschien wel het kiezelsteentje dat de lawine veroorzaakt heeft’, zei Jeroen.

Template

We liepen verder, Jeroen en ik. Het proces volgt altijd hetzelfde scenario. Dat wilde ik tegen Jeroen zeggen, maar ik kwam niet op het woord. Nu weet ik het wel. Het woord ‘template’. We zwegen derhalve. We dachten allebei aan kiezelsteentjes. En prompt ging het harder regenen.

Deze column verscheen eerder bij Elsevier