Tag Archives: Eberhard van der Laan

Gewoon wat aardiger doen

Het zijn geen fijne tijden. Agressie. Cynisme. Scheldpartijen. ‘Iedereen heeft tegenwoordig een kort lontje.’ Je hoort dat vaak. Misschien dat het daarom zo heerlijk is om af en toe in een bad van liefde te zitten. Alle berichten over Abdelhak Nouri voelden aan als zo’n bad. Daar had iedereen behoefte aan. Liefde. Mededogen. Empathie. Weg zijn de verschillen. Ineens staat iedereen te klappen voor het ouderlijk huis van de Ajacied. Overal kwamen steunbetuigingen vandaan. Onversneden liefde voor een jongen die in de kracht van zijn leven werd neergesabeld door het noodlot. Continue reading

Alexander Pechtold als burgemeester van Amsterdam

Alexander Pechtold zou burgemeester van Amsterdam willen worden. Dat gerucht loopt al een tijdje. Dan wordt het weer de kop in gedrukt. En dan duikt het weer op, als een konijn uit z’n holletje. Op zich logisch. Als er een functie nog enig aanzien heeft, dan is het dat van burgemeester. Dat wil Pechtold ook, eindelijk erkenning en applaus. Continue reading

Johan en Eberhard

Johan Cruijff heeft zijn stadion. Diens zoon bedankte met name burgemeester Van der Laan. Dat ontroerde me. Je kunt zeggen dat de liefde het van het geld gewonnen heeft. En Eberhard heeft dat met zijn laatste krachten bewerkstelligd.
Als dank zal Ajax straks de Europa League winnen. De beker zullen ze persoonlijk naar de ambtswoning brengen om Eberhard van de zoete overwinningsdrank te laten drinken. Voor de laatste maal.

Continue reading

Eberhard en de dood

 

Vroeger gingen mensen dood en lazen we daarna in de krant hoe goed iemand was. Nu heb je de aangekondigde dood. Mooiste voorbeeld is Thé Lau, de zanger, dichter, schrijver, die in 2015 overleed, was al een jaar aan het sterven. Voordeel daarvan is dat je complimenten krijgt vóór je wegglijdt in het oneindige blauwe. Hij genoot dus ook zo van zijn laatste jaar dat hij zich liet ontvallen dat hij dit veel eerder had moeten doen, doodgaan. Continue reading

Luidruchtig luisteren

 

Het zijn glasbakdagen. Op je sloffen schuifel je naar de glasbak en laat je de eerste fles in de schacht glijden. Je schrikt van het lawaai van rinkelend glas en tegelijk vraag je je af waarom in godsnaam. Dit zijn de eerste treurige dagen van het jaar, die in nietszeggendheid wegglijden.

Verschraald bier. Een laatste oliebol. Je wilt wel naar voren kijken, maar door de mist in je hersens zie je niks. ‘Dit wordt mijn jaar’, schreef ik –in een vlaag van vrolijkheid- op Facebook, alsof ik een ban wilde breken. Ik wil lachen. Ik wil leven, maar de nat geworden poedersuiker zorgt ervoor dat ik blijf plakken aan mijn fauteuil.

Ik kijk naar de burgemeester op AT5. Eberhard van der Laan heeft het in zijn Nieuwjaarstoespraak, in de Stopera, over de zwijgende meerderheid, die niet gehoord wordt- wij dus. Hij is niet de eerste politicus die het over ons heeft. Eigenlijk kletst elke politicus over ‘die kloof tussen burger en bestuur’.

Overal wordt tegenwoordig dan ook luidruchtig geluisterd. De boze blanke burger wordt er horendol van. Staat er weer zo’n geil kijkende kwibus met een bos rozen voor de deur die keihard naar hem wil luisteren. Vervolgens gaat die politicus zijn schouder aanbieden. Kom maar. Huil maar uit. Ik hoor je. Echt. Ik voel je pijn. Empathie heet dat. Hij knikt. Hij snapt het. Althans, hij denkt bij zichzelf: lig niet te zeiken man. Je hebt toch alles? Maar dat zegt ie niet. Hij luistert en knikt goedmoedig.

U bent nog een week veilig. Deze eerste dagen van januari snapt elke politicus dat hij niet moet aanbellen. Pas als de Gemeente de glasbak geleegd heeft, komen ze langs. Het is immers verkiezingstijd. Zullen we afspreken dat we tegen elke politicus zeggen: joh, het gaat fantastisch. Zijn die mensen ook weer blij. En kunnen wij gewoon door met leven.

Deze column verscheen eerder in De Echo

 

 

Jezus roept u

 

Je ziet ze wel vaker, mensen die een monoloog over Jezus afsteken. In de tram. Op het Centraal Station. Of in het Vondelpark. ‘Er is hoop. Alleen moet je het zien’, zei een man laatst tegen me in de tram. Hij was een look-a-like van zijn eigen idool. Dezelfde priemende ogen, vlassige baard, lang, vettig haar en daaronder zag ik de bloedsporen van zijn doornenkroon. ‘Zie je het? Ben je bereid?’ Hij legde een hand op mijn onderarm, zonder dat het opdringerig of vervelend was. Continue reading

Geert, ga ‘ns wat doen met je leven man

 

Soms denk je weleens. Geert Wilders. Man. Ga eens wat met je leven doen. Dat gebrom, dat gezeur, dat gemok. Ik heb er welhaast respect voor hoe lang hij dat volhoudt. Maar misschien heb ik er nog wel meer respect voor hoe het journaille het volhoudt de man met het rare kapsel te volgen. Continue reading

Eberhardiaans

 

Eberhard van der Laan denkt niet dat Keulse taferelen in Amsterdam voor kunnen vallen. ‘Amsterdammers zijn te lief’, zie hij cryptisch. Later zei hij dat die uitspraak uit de context gerukt was. Hij bedoelde het anders. Hij bedoelde dat wij dat niet laten gebeuren. Dat we ons ermee gaan bemoeien. Continue reading