Tag Archives: Hans van Mierlo

Alexander Pechtold als burgemeester van Amsterdam

Alexander Pechtold zou burgemeester van Amsterdam willen worden. Dat gerucht loopt al een tijdje. Dan wordt het weer de kop in gedrukt. En dan duikt het weer op, als een konijn uit z’n holletje. Op zich logisch. Als er een functie nog enig aanzien heeft, dan is het dat van burgemeester. Dat wil Pechtold ook, eindelijk erkenning en applaus. Continue reading

Vertel eens je eigen verhaal, politici (Volkskrant)

 

‘U gelooft Rutte toch niet op zijn blauwe ogen’, schamperde de PvdA toen de premier in Buitenhof de PVV uitsloot. Er is de sociaaldemocraten alles aan gelegen om hun huidige coalitiepartner zwart te maken. Lodewijk Asscher vond zelfs dat Rutte een ‘slap aftreksel van een populist’ is. Dat slikte hij vervolgens weer in –‘dat had ik niet moeten zeggen’, maar dat deed hij dan weer vooral om het nog een keer te kunnen zeggen, zodat u denkt: het zal toch enigszins waar zijn. Continue reading

Wantrouw de politici die alles zeker weten

3969_e51458

‘Tegenwoordig weten we alles zeker bij D66.’ Dat was de titel van een opiniestuk van Bob de Ruiter in De Volkskrant vorige week. Hij vergeleek zijn partij met een telecombedrijf, ‘een marketingmachinerie met slechts één boodschap: wij zijn heel erg leuk en aardig en hebben de allerbeste oplossing voor u in huis.’

De Ruiter dacht terug aan de oprichter: Hans van Mierlo. Die durfde te twijfelen. Die durfde te zeggen dat hij geen standpunt had. Ik denk dat hij iets bij de kladden heeft. Politici van links tot rechts weten alles zeker. Iets niet weten, wordt als een teken van zwakte gezien. Ik denk wel eens aan John Leerdam, die volledig meeging met een interviewer die hem bevroeg over de fictieve straatterrorist Jablabla. De PvdA politicus durfde niet toe te geven dat hij geen idee had wie dat was, maar kletste erover alsof hij er alles van af wist.

Terug naar D66. Onder Van Mierlo was het een intellectuele partij. De oprichter zelf liet zich omringen door filosofen, schrijvers en kunstenaars. In het onvolprezen campagnefilmpje uit 1966 zien we Van Mierlo mijmerend over de grachten lopen. Hij dacht na: over het ‘geharrewar’ in de politiek. ‘We wilden er zo graag wat aan doen, maar we wisten niet hoe.’ De laatste zin is helemaal tekenend: ‘Ik moet proberen het goed te vertellen.’

Wat een verademing. Iemand die het niet weet. Iemand die twijfelt. Over zichzelf. Over de partij. Over het doel. Wie herkent zich daar niet in? Zeker in deze tijd van grote onzekerheden, doen politici net of ze alles zeker weten. Twijfel bestaat niet.

D66 bestaat nu vooral uit consultants en diplomaten. Aardige mensen. Intelligente mensen. Maar nagedacht wordt er niet meer. Wie Pechtold volgt, ziet vooral cynisme. Hoewel hij programmatisch dichtbij dit kabinet moet zitten, zie je hem alles afzeiken. Dat doet hij zuchtend. Kreunend. Dan sluit hij zijn ogen en zie je dat snaveltje maar ratelen. Alsof Rutte en Samsom een stelletje kleuters zijn die verstoppertje spelen. De boodschap is duidelijk: Pechtold weet het beter. Altijd. Wat zou het mooi zijn als er een politicus opstaat, die zegt: ik weet het ook allemaal niet.

 

Deze column verscheen eerder bij Elsevier